Het internationaal recht staat volop in de belangstelling sinds het Amerikaans/Israรซlische offensief tegen Iran. Bijna alle Europese politici, duiders en deskundigen zijn het erover eens dat de aanval een schending van het Internationaal recht is en dus een grote zonde. โBien etonne de se trouver ensembleโ vinden Rusland, China en niet verwonderlijk Iran zelf dat ook. Normaliter heb je met zulke vrienden geen vijanden meer nodig en je kunt dan ook afvragen wat hier aan de hand is.
Nederlanders mogen zich graag voorstaan op het feit dat het internationaal recht zoโn beetje een Nederlandse uitvinding is. En inderdaad is de veelzijdige Hugo de Groot de auteur van het fundamentele Over het recht van oorlog en vrede uit 1625. Het bekendst is zijn eerdere pleidooi voor de vrije toegang tot de zee het Mare Liberum. Dat werk is van fundamentele invloed geweest op het internationale recht, maar vermeldenswaard is toch wel dat het een gelegenheidswerk was in opdracht van de VOC. De Paus had namelijk de wereld verdeeld in twee invloedssferen, de Portugese en de Spaanse, dus toen admiraal Jacob van Heemskerck in 1603 het Portugese vrachtschip Santa Catharina bij het huidige Indonesiรซ kaapte leverde dit naast een enorme buit een juridisch probleem op, het was namelijk in strijd met het door de Paus verordonneerde recht.
Daar boden de principes van de Groot uitkomst, principes die tot de internationale standaard zouden gaan behoren. De initiรซle motivatie, het veiligstellen van de kaapvaart, was overigens wellicht minder hoogdravend dan de Nederlanders graag willen denken. Afspraken maken was simpelweg goedkoper dan oorlog voeren.
Dat verklaart meteen het verschil in houding t.o.v. het internationaal recht tussen grote en kleine staten. Kleine staten hebben vaak niet de militaire middelen iets af te dwingen, dan is het respect voor afspraken belangrijk. Voor grote staten die die middelen wel hebben is het vaak een keuze, afspraken maken als dat kan, maar anders gewoon afdwingen. Het heeft Groot-Brittanniรซ de bijnaam het โperfide Albionโ meegegeven, omdat ze afspraken vaak niet nakwamen als de situatie dat noodzakelijk maakte. โThings have changed, old boyโ is nog steeds een zin die je hoort van Britse diplomaten.
In feite was het niet meer dan het afdwingen van het eigen belang, goedschiks als het kon, kwaadschiks als het moest.
In de loop der tijd ontstond niettemin een geheel van regels en afspraken die de betrekkingen tussen soevereine staten reguleerde. Tijdens de 18de Eeuwse Verlichting, een tijd van rationalisme, empirisme, vrijheid en gelijkheid begonnen de verlichte denkers na te denken over universele regels en de grondrechten van de mens.
En wie anders dan Thomas Jefferson zou dit verwoorden door de beroemde zin in de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring te schrijven: โWij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen als gelijken worden geschapen, dat zij door hun schepper met zekere onvervreemdbare rechten zijn begiftigd, dat zich daaronder bevinden het leven, de vrijheid en het nastreven van geluk.”
Deze beroemde zin was weliswaar niet direct deel van het internationale recht, maar zou de ontwikkeling ervan wel in belangrijke mate beรฏnvloeden.
Op het gebied van oorlog en vrede was in de 19de eeuw het belangrijkste recht nog steeds het recht van de sterkste. Samen met de ontwikkeling van modernere wapens maakte vooral van de Krimoorlog (1853-1856) een bloederige affaire. Meer dan 500.000 slachtoffers vielen met name aan Russische kant in deze eerste industriรซle vergeten wereldoorlog waarin Rusland de Krim wilde afnemen van het Ottomaanse Rijk. Gesteund door Frankrijk en Groot-Brittanniรซ werd Rusland verslagen en werd de Russische expansie richting de Balkan en Zwarte Zee voor lange tijd afgestopt.
De latere Russische tsaar Nicolaas II (1868-1918) was op zichzelf niet vies van oorlog of een pogrom meer of minder, maar maakte zich wel zorgen over de internationale wapenwedloop en nam dan ook initiatievenย om internationale conflicten vreedzaam op te lossen en regels voor oorlog vast te leggen.
Vandaar dat hij het initiatief nam tot het houden van twee internationale conferenties over vrede en ontwapening, een in 1899 en een in 1907. Het leidde niet alleen tot de zogenaamde Haagse Verdragen over het oorlogsrecht, maar ook tot deoprichting van een Permanent Hof van Arbitrage, waar staten hun geschillen kunnen voorleggen.
Die arbitrage was een nieuw idee, en de Schots-Amerikaanse staalmagnaat en financier stelde dan ook gelden beschikbaar voor een deftig onderkomen, het Haagse Vredespaleis dat in 1913 werd geopend.
Helaas kwam in 1914 niemand op het idee de geschillen daar voor te leggen. Na de Eerste Wereldoorlog ontstond er eenzelfde bewustzijn als na de Krimoorlog en nu was het de beurt aan de Amerikaanse president Woodrow Wilson om met een idealistische en ambitieus project te komen, een โVolkenbondโ die werd in 1919 opgericht op basis van het verdrag van Versailles.
Op grond van hetzelfde aan dat verdrag gelieerde Verdrag van Saint-Germain werd het Habsburgse Rijk opgedeeld in nieuwe staten die allemaal op universalistische principes waren gestoeld. Dit leidde evenwel tot een onderdrukken van minderheden en etnisch geweld.
En hoewel de supranationale Volkenbond een einde aan alle oorlogen had moeten maken ontbrak het de organisatie aan machtsmiddelen om dit internationaal recht af te dwingen, en er kan zelfs worden gesteld dat het toepassen van universele recht zonder machtsmiddelen geweld in de hand heeft gewerkt.
En ondanks het Briand-Kellogg pact van 1928 dat aanvalsoorlogen verbood werd bij gebrek aan machtsmiddelen de Volkenbond een dramatische mislukking zoals met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog pijnlijk duidelijk werd.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam men tot dezelfde conclusie als na de Krimoorlog en de Eerste Wereldoorlog: zoiets zou nooit meer mogen gebeuren. En opnieuw werd een poging gedaan dit te doen via het opbouwen van een internationale rechtsorde: de Verenigde naties waren geboren, en ditmaal werd de organisatie wel voorzien van machtsmiddelen. Een Veiligheidsraad kreeg hiervoor de bevoegdheid en de machtsmiddelen. Om te voorkomen dat het internationale recht tegen de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog zou worden gebruikt kregen Amerika, Rusland, Groot-Brittanniรซ, Frankrijk en China een vetorecht.
In de praktijk betekende dat dat als het eropaan kwam die landen zich buiten het internationaal recht konden stellen.
Nog altijd was internationaal recht een kwestie van afspraken van staten onderling, niet hoe die staten omgingen met hun eigen burgers. Dat werd pijnlijk duidelijk bij de processen van Neurenberg, waar de Nazi kopstukken terecht stonden voor het organiseren van de Holocaust. Hun verdediging? โMaar we hebben altijd de wet toegepastโ, en inderdaad, de Naziโs hadden 6 miljoen joden keurig volgens de Duitse regels vermoord.
Recht kon dus ook onrecht zijn. Het leidde tot het formuleren van het rechtsprincipe โmisdaden tegen de menselijkheidโ en op grond daarvan werden de Nazi kopstukken opgehangen.
Op grond van deze redenering werden vervolgens de rechten van de mens geformuleerd, universele rechten die voor iedereen gelden, los van de wetgeving die door een nationale staat wordt geformuleerd. Die universele rechten zijn door de Verenigde Naties vastgelegd in 1948 met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
In Europa deed de Raad van Europa dit in 1949 nog eens over met de Europese verklaring van de Rechten van de Mens. Doordat daar een Hof met rechtswerking aan is toegevoegd heeft de jurisprudentie van dit Hof een grote invloed gehad op bijvoorbeeld de Nederlandse rechtsontwikkeling.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit de Nederlandse Grondwet, die in 1953 werd verrijkt met de artikelen 90 t/m 95 die de Grondwet in verbinding bracht met de internationale rechtsorde. Nederland wilde graag een betrouwbare NAVO-partner zijn, en later lid van de EU, en daarom werd in art 90 bepaald: De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde. Waarmee niet minder werd gezegd dan dat die internationale rechtsorde per definitie in het Nederlandse belang is. Die internationale afspraken hebben in de meeste gevallen ook voorrang op Nederlands recht, wat opvallend is voor wetgeving die per simpele meerderheid wordt aangenomen.[1]
Hoewel de internationale rechtsorde een veelheid van afspraken omvat, is de kern toch de gewapende handhaving ervan, de mogelijkheid van de VN Veiligheidsraad om het recht met geweld af te dwingen. In principe bepaalt het Handvest van de Verenigde Naties dat geweld tussen staten niet is toegestaan, met als uitzondering dat de staten wel een recht tot zelfverdediging hebben. Mocht een gewapend conflict toch uitbreken dan dienen de staten zich sowieso te houden aan het oorlogsrecht.
Mocht de Veiligheidsraad besluiten dat de VN zelf militaire middelen moeten inzetten om de internationale vrede en veiligheid te herstellen dan kan dat op grond van art 42 van het Handvest van de VN na een resolutie van de Algemene Vergadering.
In de praktijk blijkt gemeenschappelijk optreden van de VN in conflictbeheersing zeldzaam. De Koreaanse oorlog is het meest uitgesproken voorbeeld, de eerste Golfoorlog kan er ook toe worden gerekend. Meestal zijn het vredesmissies waarbij geweld is toegestaan, het bekendst zijn de lichtbewapende blauwhelmen die de vrede moeten bewaren maar zoals in Srebrenica en Burundi machteloos moesten toekijken toen daar een genocide plaats vond.
In de praktijk vinden interventies met als doel een regime om ver te werpen, zoals in Libiรซ in 2011, plaats met een zwak VN-mandaat. In Libiรซ mocht de bevolking worden beschermd, maar Gaddafi werd weggebombardeerd. In het voormalige Joegoslaviรซ waren VN troepen aanwezig, maar niet alle bombardementen vielen onder een VN-mandaat.
De verdeeldheid van de VN-veiligheidsraad, Amerika, Rusland en China hebben nu eenmaal andere belangen, heeft de weg vrijgemaakt van de โCoalitions of the willingโ, coalities van landen die bereid zijn ergens in te grijpen. Van internationaal recht kan dan alleen niet meer worden gesproken.
In de praktijk betekent dit dat de internationale gemeenschap dikwijls machteloos staat toe te kijken wanneer oorlogen worden gevoerd of in een land burgers slachtoffer worden van geweld. Het is een lange lijst: Russische invallen in Georgiรซ, het bezetten van de Krim in 2014 en de inval in Oekraรฏne in, het geweld in Myanmar, de terreur van Islamitische milities in Afrika, de inval in Nagorno-Karabach door Azerbeidzjan, de dreiging van China richting Taiwan, het conflict rond Gaza en laatstelijk de 49-jarige terreur door het regime in Iran dat leidde tot 40.000 vermoordde burgers., en de lijst is niet compleet.
Het internationaal recht is slechts in zeer beperkte mate effectief is geweest in het beteugelen van geweld tussen staten of tussen staten en hun burgers. De grondwettelijke plicht deze internationale rechtsorde te bevorderen lijkt dan ook een delicate opdracht voor de Nederlandse regering.
De Amerikaans Israรซlische actie in Iran respecteert inderdaad het internationale recht niet, net zomin als de terreur van het Iraanse regime naar de eigen bevolking de mensenrechten respecteert.Op het moment dat het internationaal recht de facto al tientallen jaren niet in staat is het toepassen van geweld te beteugelen is de ophef over het schenden ervan niettemin opvallend en op zijn minst selectief. Wetende dat het internationaal recht geen oplossing zal bieden lijkt het dan ook vooral een argument om vooral niets te doen.ย
Laat dat nu net niet de bedoeling zijn geweest toen de rechten van de mens werden geformuleerd.
.
[1] In artikel 91 wordt wel heel netjes bepaalt dat: Indien een verdrag bepalingen bevat welke afwijken van de Grondwet dan wel tot zodanig afwijken noodzaken, kunnen de kamers de goedkeuring alleen verlenen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen. Maar let wel, de kamers hoeven niet te worden ontbonden voor een nieuwe stemming zoals een grondwetswijziging dat vereist. De artikelen 92-95 maken duidelijk dat internationale verdragen bijna altijd voorrang hebben op nationaal recht, inclusief de grondwet. Omdat Nederland geen Grondwettelijke toetsing kent is de praktijk dat internationaal recht een sterkere positie heeft dan nationaal recht. Het is dan ook opvallend dat internationale verdragen per simpele meerderheid worden aangenomen.
